Liedteksten en gedichten
Welkom
Nieuws
Vertaalde en hertaalde liedteksten
Eigen liedteksten
Gedichten
Links
Schrijftips
Downloads
Contact
Gedichten

Top

Op deze pagina staat een aantal van mijn gedichten.
Meestal geschreven voor een speciale gelegenheid.


Ruik opnieuw
Patricia's ontwaken
Ambtenaar+1
Ingelijste deuren
Maartje's zomer
Andersom
Notaris - triootje
Het spoor naar jou
160-er
Vildmarkshotellet
Watermuziek
De man van water
Kind-vader-grootvader

 


Mijn inzending voor Gedichtendag 2012 op het thema duurzame planeet aarde.
 
Ruik opnieuw
met je naïeve neus
de geur van gras
 
Voel weer echt
met je bevroren vel
de zoete zomerzon
 
Luister goed
met je oor in de knoop
naar het lied in het lover
 
En kijk eens helder
met je blinde blik
in het rond, in het rond
 
Dan geef ik jou
-handen open, ogen dicht-
reuk en tast terug
horen en zien terug
de aarde terug
 
Nooit meer laten vallen!

(naar boven)




Patricia's ontwaken
Bij het afscheid van een collega, maart 2010
 
De ochtend onschuldig
de hakken gekanteld
de jurk die nog wacht
de mond een streep
 
Rusteloos ontwaken
alleen koffie en kranten
die hun kop houden
nieuwsradio, dat mag
 
Dan: de lippen gestift
de schoenen gepunt
de deur open
de mond aan
 
De mond die
ook die dag
niet meer
van zwijgen
zal weten.


naar boven 


 
Ambtenaar + 1
Geschreven bij gelegenheid van het afscheid van collega-rijksambtenaar Ron Lemmers, februari 2011. We hebben wel wat gemeen. De titel verwijst naar de al wat oudere ambtenaar die inmiddels aan een leesbril toe is.

In Haagse torens,
waar gedachten
oplossen in koffie en papier,
rader ik mee tussen tanden
en vliegwielen.

Zo omvat door jaren
van zijn en niet zijn
mijn eigen bolster
zich allengs als een cocon
om de pit binnenin.

Ooit, eerder
vond ik met blote ogen
dromen tussen woorden
en een oneindig hopen.

Maar nu zie ik er schaduwen,
gemaakte waarheden,
met de houdbaarheid
van een krant.

Ik sluit mijn hoofd,
glimlach om het gesponnen web,
en fladder in het wit
tussen woorden en draden
m'n eigen vrije vlinder.

naar boven


Ingelijste deuren
Mijn bijdrage aan de poëziewedstrijd van Meulenhoffs Dagkalender 2011 op het thema 'Dierbare bezittingen'. 
 
Haar wereld een kamer
inspecteert ze nog eens  
de foto’s aan de wand:
ingelijste deuren
naar een verleden tijd
Het kinderkabaal
tot stilte manend
is ze weer even moeder
in de schaduw van het
ongrijpbaar voorbije
 

(naar boven)


Maartje’s zomer
Geschreven voor een collega die met zwangerschapsverlof ging, zomer 2009
 
De tijd leegt je hoofd
En vult je buik
Zwarte letters versmelten
In kopergeel
Wat niet bestond krijgt houvast
Wat ver was komt dichtbij
Langzaam voelen je zinnen aarde
Kom maar, nieuwe wereld.

(naar boven)

 


Andersom
Geschreven in 2008 ter gelegenheid van een verzoek bij mijn werk om een gedicht te schrijven op het thema ‘Andersom’, vanwege de andere koers die het ministerie met ‘Duidelijk VROM’ ging varen.  BR betekent bestuursraad, het hoogste ambtelijke besluitvormende orgaan op een ministerie.

“Als de kudde keert, loopt de manke olifant voorop” (gezegde)

Het vliegen zit in Hollanders
beweeg je niet dan sta je stil
altijd wil ie weer wat anders
met z’n aardappels of z’n bril

De BR had ook iets schranders
“We moeten allen andersom,
ga met ons als medestanders
voor een duidelijker VROM!”

De kudde keek, van plattelanders
zijn ambtenaren troubadours
van milieu of medelanders
maar niet van weer een wisselkoers

Maar, ondanks de tegenstanders
draaide hij, de karavaan
een horde sjokt, als middenstanders,
toch liever achter leiders aan

In zaaltjes leest men nu elkanders
plannen hoe dat alles anders moet
en de NV Koffiebranders
schenkt grijnzend nog wat suikergoed

(naar boven)



Notaris - triootje
Geschreven ter gelegenheid van het notarisbezoek van Marjanne en mij om de huwelijkse voorwaarden te regelen, januari 2008

In een statig pand
schrijft een papieren tijger
ons op onze kosten
haar wetten voor.

Onnavolgbaar proza:
als maal mits maal tenzij
maal behalve,
gedeeld door twee.

€ 1835 bezwering.
Wilt u meteen pinnen?
Geld geldt.

(naar boven)




Het spoor naar jou

Je fiets bij de deur, een belofte
Licht op 1 hoog, een baken
Laarsjes in de hal, shhhh
Het potje thee, warm nog
Lingerie over de leuning, bijna
Het zachte bed, de verlossing

(naar boven)

 




160-er
Voor wie het niet weet, een 160-er is een gedichtje waar precies 160 letters en leestekens in voorkomen, niet meer en niet minder.

Met honderdzestig door de bocht.
Plankgas naar z’n vijf. Dan:
remmen, gieren, gaan.
Angst, zweet & rubber.
De bocht weer uit.
Het rechte stuk.
Afkoelen.
Te gek!

(naar boven)

 




Vildmarkshotellet
Geschreven tijdens een vluchtelingenconferentie, in Zweden in het 'Vildmarkshotellet' (Wildsporenhotel), ergens in 2000.

Temidden van eeuwige natuur
bevecht het dier dat mens heet
zijn territoir van lichaam en geest.
Een gorilla kijkt, en eet, en lacht
meewarig naar mensapen die
woorden brullen,
de waarheid begraven en
nerveus weer terugzoeken,
als een kostbaar bot.

De waarheid, een kluit
vol beten en aarde.
Getuigen van pijn
en verzoening.

(naar boven)

 




Watermuziek
Dit gedicht heb ik geschreven voor Walter Palm, Curacao’s dichter en collega, naar aanleiding van zijn dichtbundel Avondmuziek. Ik heb geprobeerd in dit gedicht zijn leven te (be)vatten.

Het kind  omvat het strand
Eiland als universum
Ritme van eb en vloed
Zinderend en loom

Op golven reist de man
Naar nieuwe vreemde verten
Bulderende branding
Weemoed die weent

De dichter keert weer
Stromen van komen en gaan
Een nooit voltooide symfonie
Met het water aan de lippen

(naar boven)

 



De man van water
Dit gedicht heb ik in 1996 geschreven voor Fuad Hussein, toen directeur van Vluchtelingen-Organisaties Nederland (VON). Het vertelt het verhaal van een bijzondere man die een tweede thuis in Nederland vond.

Zie de man
Hij draagt water naar de zee
Een wilde klaterstroom zoekt zijn weg
Naar beneden
De bergen kijken neer en zien
Opnieuw een eeuwig verhaal

Kronkelend met wild kabaal
Stort hij zich naar beneden
Opspattend schuim
Puntige rotsen buigen, worden glad
Water is vuur.

Zie, hij klauwt naar de kanten
En klauwt, en klauwt…
En glijdt…
Glijdt van het ronde graniet,
Sterk als staal en koud als vorst.

Verder nog, hulpeloos, meedogenloos
Naar wat niet weet
Breder water, rustiger stroom
Verder en verder
Licht wordt donker
Donker wordt licht

Eindelijk eindigt de lange reis
In het vlakke land van
Water en lucht
Puntige toren en klokken en kruizen
Begroeten de machtige stroom,
Machtig en breed,
En traag.

Een siddering aan het oppervlak:
Hij is er, hij die vuur brengt
Vuur uit de bergen
Die schuim is
En miljoenen klare druppels.

Hier is hij:
De man die water dragen kan
Water naar de zee.

(naar boven)

 



Kind – vader – grootvader
Opgedragen aan mijn vader en moeder. Ik heb willen beschrijven dat je drie keer geboren wordt: als kind, bij het zien van je kind en bij het zien van je kind dat je kind ziet. Mijn eigen zoon was toen 4 jaar oud.

Ik ben eenmaal geboren
Van onder een tafel kijk ik op
En verken, zingend, mijn wereld.
Onbewust en ongedeerd
Alles is zoals het is.
Een wereld zo werkelijk
Als oude flarden foto’s en
Een enkele herinnering,
Van hoe ik bestond
Zonder echt te zijn.

Ik ben tweemaal geboren.
Ik kijk omlaag en zie mezelf:
Wiebelbenen en grijphanden
Mengen fantasie en werkelijkheid.
Zoveel later ben ik echt
En beleef het begin,
Ongeremd en ongeschonden;
De vervulling van een
Nooit beseft verlangen.

Mijn kind is geen kind meer
Als hij dan eindelijk
Zijn eerste leven leeft,
Zijn wil geen grenzen kent,
Zijn wereld een tafel is.
Ik kruip in zijn ogen,
Zoek het weerloze wil,
Speel met hem
Die speelt die speelt,
En word opnieuw geboren.

 (naar boven)